IZF 6015

 

weBlog

Platteland Aalten in beweging

In de gemeente Aalten hebben wij, 4 agrarisch coaches, keukentafelgesprekken gevoerd met 200 boeren en boerinnen. De aanleiding was dat de gemeente Aalten zich bewust is van de onzekere tijden in de agrarische sector en hierin een helpende hand wil bieden. Uit de gesprekken komt een aantal resultaten: 76% is ouder dan 50 jaar, op een groot deel van de bedrijven wordt een deel van de inkomsten verdiend buiten het bedrijf en op slechts 23% van de bedrijven is ee opvolger aanweziog.

Wat mij tijdens elk gesprek is opgevallen is de passie voor het vak en de bereidheid om veel uren te maken. Wat ook opvalt is dat men makkelijker praat over de technische kant van het bedrijf dan over het eigen gevoel. Toch kom ik in deze gesprekken wel altijd op dit punt terecht. Het blijkt vaak dat het dan pas de eerste keer is dat ze er op deze manier over praten. Dan komen er veel emoties los. Deze emoties hebben te maken met veel zaken. Het kan gaan om de (huidige) regelgeving en maatschappelijke discussies. Echter ook gebeurtenissen uit het verleden hebben soms nog erg veel invloed op de dagelijkse gang. De behoefte om dit in vervolgtrajecten op te pakken is dan ook erg groot. 

Ik zie ook een zeer positieve kant tijdens deze gesprekken. Dat is de wil om richting de toekomst er iets moois van te maken. Men wil kijken wat er allemaal mogelijk is. Hoe blijft hun eigen werkplezier overeind. Er worden veel richtingen onderzocht. Dat zie je ook bij de opvolgers. Over het algemeen zijn ze breder georienteerd. Niet alleen maar op het eigen erf bezig zijn, maar via neventakken de burger naar het erf trekken en op die manier de burger bewust maken van de moderne landbouw. Om de juiste manier te vinden wordt ook hier veel gebruik gemaakt van vervolgtrajecten. 

Het volledige rapport is hier te lezen.

Monique te Kiefte, Wim Korsten, Lizanne Roeleven en Rob Huinink zijn de coaches.

 

Kringloop(wijzer)

Op dit moment kun je geen vakblad openslaan of er wordt wel een artikel gewijd aan de Kringloopwijzer. Schitterende promotie natuurlijk voor de makers en de trekkers van deze Kringloopwijzer (en ik ben een groot voorstander), maar toch. Wat is er nou zo bijzonder aan de Kringloopwijzer? Eigenlijk niet zo heel veel. De Kringloopwijzer brengt de verschillende mineralenstromen op het bedrijf in kaart. Dat is op een commerciële manier weergeven wat elke veehouder al lang weet. Hoezo? Dat komt omdat hij of zij er dagelijks mee bezig is. Vanuit mijn eigen ervaring weet ik hoe bedrijfsprocessen lopen. Dat hoeft geen Kringloopwijzer mij te vertellen. Dus dat kan niet het bijzondere zijn. Wat dan wel? Misschien wel het (nog) duidelijker zichtbaar maken van de invloed die dagelijkse beslissingen hebben op het eindresultaat. Denk aan maaitijdstip, tijd voor het jongvee, hygiëne, etc.

Neem bijvoorbeeld de problemen die er vorig jaar geweest zijn bij de 1e snede gras. De kwaliteit van het ingekuilde gras vind je perfect terug in de Kringloopwijzer. Ook de aantasting van de bodem, door met zware wagens vol nat gras te rijden op natte gronden, vind je terug. De beslissing om te gaan maaien zie je dus op meerdere plekken terug. Ook beslissingen die je als veehouder maakt op aanraden van derden zie je terug. Het wijzigen van het rantsoen, een ander grasmengsel, andere fokstieren, etc., het heeft allemaal invloed op de bedrijfskringloop.
Ondanks dat de Kringloopwijzer dit allemaal kan laten zien, blijft er naar mijn idee een grote maar zitten aan de Kringloopwijzer: De veehouder zelf. De wispelturigheid, de smoezen, de starheid, de 'niet overtuigd zijn van een gegeven advies'. Al deze factoren zie je niet terug in de Kringloopwijzer. Nou ja, ze staan er wel in, maar in cijfers en niet in diezelfde woorden. En dus kan de veehouder dat allemaal lekker negeren als hij dat wil.

Komen we bij de echte vraag: Hoe maak ik als veehouder nou een succes maken van de Kringloopwijzer? Kijk eerst naar uw eigen Kringloopwijzer. Wie ben ik? Wat vind ik leuk? Waar ligt mijn passie? Wat kan ik wel en niet? Welke externe mensen heb ik nodig? Ken uw eigen kringloop en u bent al halverwege. Durf te investeren in een team van specialisten. Ook een specialist op het gebied van procesbegeleiding/coaching hoort hier in mijn ogen bij. Met dit team krijgt u de pijnpunten van de Kringloopwijzer echt boven tafel. Dit zorgt ervoor dat de Kringloopwijzer op uw bedrijf een succes wordt en dat het u geld en tijd oplevert. Maar belangrijker misschien nog wel: U wordt er zelf wijzer van.

Ook te lezen op: The Milk Story en melkvee.nl


 

De Weideman

Wandelend over de weilanden, in een overwegend open landschap, met zo her en der een bosrand, een singel of een bomenrij, kun je hem tegenkomen: “De Weideman”. Gewapend met een omgekeerde korfbalmand aan een stok beoordeelt hij de grasgroei en bekijkt hij, met z’n neus vlak boven het maaiveld, de samenstelling van de grasmat.
Bovenstaande tekst had zo in een roman kunnen staan. De waarheid is helaas wat minder romantisch. Deze persoon, “De Weideman”, is hard nodig om de hedendaagse kennis van ons grasland, maar vooral ons graslandbeheer, naar een hoger niveau te tillen. Ga maar na: Weet een veehouder nog wat het benodigde grasaanbod per m2 is om koeien in te scharen? De hoeveelheid grasgroei per dag? Het natuurlijke graasgedrag van een koe? Ik moet u bekennen, ik wist het ook niet en dat geldt voor veel veehouders.

Vreemd, berekeningen wijzen namelijk uit dat de netto omzetting van gras in melk (en dat wordt tenslotte uitbetaald!) hoger ligt bij weidegang dan bij summerfeeding. Daarbij, veehouders weten vaak wel precies te vertellen wat hun kostprijs is, de afstamming van hun koeien of de melkproduktie van hun koeien. Gek is het dan, dat als we praten over weidegang, we op onze duim zuigen, nog eens naar de wei kijken en dan gokken hoeveel bijvoer er voor het voerhek gedraaid moet worden.
Hoe komt het toch, dat als we praten over graslandbeheer, we alles over laten aan ons gevoel? Simpel, de noodzaak was er niet. De kunstmest was relatief goedkoop, mest voldoende. Voer was dus geen probleem. Zelfs als je er geen verstand van had en je deed maar wat, dan nog kon je veel voer van je land af halen. Hoe anders is het nu. De bedrijven zijn gegroeid, de intensiteit is hoger geworden. Het is dus bittere noodzaak om meer en goed voer van je eigen grond af te halen. Alleen is die kennis niet voorhanden door het ontbreken van keiharde cijfers. Er zijn maar weinig veehouders die in de winterperiode kunnen analyseren hoe de weideperiode was aan de hand van getallen.

Hoe moet het dan wel? Begin eens met het maken van een rondje over de velden, een “Farm Walk”, zou “De Weideman” zeggen. Bekijk eens hoe het grasland erbij ligt begin van het jaar. Maak op basis daarvan een beweidingsplan en een bemestingsplan. Overleg dit ook met externe specialisten. Zo ligt er een basis voor het komende seizoen. Maar dan begint het echte werk. Maak zo gauw de temperatuur aangenaam wordt elke week of elke twee weken weer een rondje over de velden en meet dan ook de hoeveelheid gras die er daadwerkelijk staat. Noteer dit en bewaar dit. Zo kun je gedurende het seizoen bijsturen waar nodig is. In de winter kun je het dan goed analyseren omdat je gegevens hebt. Het volgende seizoen kan voorbereid worden. Meten = Weten blijkt maar weer.

Ook te lezen op: The Milk Story en melkvee.nl

 


Be good and tell it!

Begin januari was mijn oudste zoon jarig. Voor zijn kinderfeestje hebben we gekozen voor een oplossing dichtbij huis: een speurtocht naar de boerderij. De kinderen hebben de koeien ‘gevoerd’ en de kalfjes geaaid. Het aanbeeld van die blije, stralende kindergezichten was een genot om naar te kijken. Het was een geslaagd feestje. Wat me opviel is hoe weinig ze ervan af lijken te weten. Dit terwijl, ze toch echt op loopafstand van diezelfde boerderij wonen. Dit zette mij aan het denken. Hoe moet dit dat zijn voor kinderen die in de ‘stad’ opgroeien?

Deze gedachte is niet nieuw, dat weet ik. Toch lijkt het me goed er opnieuw bij stil te staan in 2013. De kinderen van nu, zoals de kinderen die hier stonden te stralen bij het voeren van de koeien en het aaien van de kalfjes, zullen in de toekomst bepalen hoe er over de landbouw gedacht wordt en hoe er gehandeld wordt. Tussen deze kinderen bevinden zich de politici van de toekomst!

Hoe kunnen we als boer hier nu een positieve invloed op hebben? Hier wil ik graag “be good and tell it” aanhalen. Het ‘goed’ doen lijkt niet meer genoeg te zijn, we moeten er ook over vertellen.
In het verleden kwamen er vrij veel mensen naar de boerderij, voor zakelijke redenen maar ook gewoon voor recreatie. Tegenwoordig komen er steeds minder mensen op de boerderij. De veehouder zal dus actiever naar buiten moeten treden in de toekomst. Gebeurt dit niet dan? Jawel, het is gelukkig wat makkelijker geworden sinds de komst van Social Media. Je ziet steeds meer melkveehouders transparantie en openheid faciliteren door op Facebook en Twitter te laten zien hoe het reilt en zeilt op hun bedrijf. Maar toch, er gaat niets boven het daadwerkelijk voelen en opsnuiven van het boerderijleven. Daarom doen ook de grotere evenementen zoals de open boerderij dagen van FrieslandCampina het erg goed.

Ik zou graag iedereen oproepen om de deuren weer open te gooien voor bezoekers in 2013. Lijkt een open dag u in eerste instantie wat teveel werk? Kleinschaligere bezoekmiddagjes kan natuurlijk ook. Via social media kan je het publiek uitnodigen voor de eerste weidedag. Ook voor mensen uit de stad is natuurlijk niks mooiers dan blije koeien die dartelen in het voorjaarszonnetje. We moeten ze alleen wel lokken. Een beter imago kunt u op dat moment niet krijgen.

Ook te lezen op: The Milk Story

 


Kom van het erf af

Begin december 2012 kon ik via Twitter laten weten dat ik geslaagd was voor mijn opleiding “Professioneel Coach”. Na zeven bijeenkomsten en een examen weekend was ik samen met mijn andere cursisten geslaagd voor de opleiding. De ontlading op het eindfeest was navenant.
Wat het bovenstaande interessant maakt is niet zozeer de opleiding of het slagen als wel het volgen van een opleiding. Bij zo’n opleiding kom je namelijk mensen tegen, die weliswaar hetzelfde willen leren, maar die anders zijn dan jezelf. Hierdoor word je geprikkeld om buiten je eigen kaders te kijken en te denken. Dit verbreed je zienswijze. In mijn geval had ik te maken met mede cursisten die geen van allen dezelfde achtergrond hadden. In eerste instantie maakt dit het contact wat oppervlakkiger. We willen natuurlijk graag weten wat voor vlees we in de kuip hebben en dat heeft tijd nodig. Echter naarmate de opleiding vorderde werd de groep steeds hechter en werd er steeds opener op elkaar gereageerd en allerlei zaken besproken.

Bij veehouders merk ik dit nog sterker, maar is het ook weer anders. Het afgelopen jaar (2012) heb ik meerdere netwerken begeleid. De veehouders in deze netwerken vinden elkaar snel door de herkenbaarheid in hetzelfde onderwerp en de intentie om wat te leren. Wat zo’n netwerk anders maakt dan mijn eigen opleiding, heeft te maken met de mensen zelf. Veehouders zijn minder gewend om te overleggen. Luisteren is vaak niet hun sterkste eigenschap, terwijl dit wel heel belangrijk is bij een netwerk of opleiding. Dit in combinatie met een van nature rustige of juist luidruchtige persoon en je krijgt een bijzonder geheel. Echter, gedurende het netwerk merk je dat ze meer en beter naar elkaar gaan luisteren en er dan ook goed op kunnen reageren. Dan blijkt vaak ook dat de veehouder die vaak wat op de achtergrond blijft, wel vaak hele nuttige dingen op te merken heeft. Uiteindelijk gaan dan ook alle veehouders aan het eind met een goed gevoel naar huis.

Dit brengt mij bij het volgende. Volgens mij is het voor elke veehouder een absolute noodzaak om per twee jaar een netwerk, een cursus of een opleiding te volgen. De aanleiding hiervoor kan zijn dat je meer kennis wilt vergaren over een specifiek onderwerp binnen je bedrijf. Het kan echter ook te maken hebben met persoonlijke ontwikkeling. Het maakt eigenlijk ook niet uit. Het gaat erom dat je van je bedrijf afkomt en je nieuwe mensen en dus nieuwe zienswijzen tegenkomt. Dit draagt bij aan de ontwikkeling van jezelf en daarmee ook indirect aan je bedrijf. En dit is noodzakelijk om in de toekomst te kunnen overleven met je bedrijf. Stilstand is immers achteruitgang.

Ook te lezen op: melkvee.nl


Weidegang in ieders belang

Een aantal weken geleden heeft het CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek) de nieuwste cijfers bekend gemaakt voor Nederland. Een van de cijfers die bekend werd, was het percentage weidegang. Ten opzichte van 2010 was deze, zoals ook de jaren ervoor al het geval was, wederom gedaald. Voor een aantal mensen was dit reden om het Convenant Weidegang weer onder de aandacht te brengen. In dit Convenant staat dat alle ondertekenaars (zuivelketen, belangenorganisaties, natuurclubs, dierenbeschermers, etc.) zich vanuit hun eigen gebied zoveel mogelijk gaan inzetten om zoveel mogelijk koeien in de wei te houden. Goede zaak, als je het imago van de melkveehouderij op het peil wil houden waar het zich nu bevind.
Alleen wat kan een boer daar nu mee? Hij heeft te maken met steeds strengere milieuregels, kosten die (nog) niet doorberekend kunnen worden, schaarser wordende grond door stadsuitbreiding, industrieterrein, nieuwe natuur en ga zo maar door. Als hij daadwerkelijk voor zijn eigen efficiëntie gaat en het maatschappelijk belang even laat voor wat het is (draagt namelijk niet bij aan zijn boterham), kan ik het me voorstellen dat er steeds meer koeien de wei vanuit de stal gaan zien. Daar komt bij dat diezelfde veehouder op die manier zijn mest efficiënter kan gebruiken, waardoor hij voor zijn koeien perfect ruwvoer kan winnen. Heel wat anders dan met al die koeien in de wei. Al die mestvlaaien zorgen voor een plaatselijke overbemesting, om maar niet te spreken over de gele plekken in de wei door een plaatselijke waterval aan urine. Pure milieuvervuiling! Als je de koeien daarnaast nog een stal kunt bieden waar het ze aan niets ontbreekt, dan is weidegang ineens wel heel ver weg.
Begrijp me goed, ik ben een voorstander van weiden. Maar als we als samenleving de koe in de wei willen zien, dan moet daar ook wat tegenover staan. Als het namelijk alleen bij praten blijft, dan kan een boer daar niets mee. Kijk naar de vleesconsumptie. Als consument met droge ogen beweren dat dierenwelzijn je aan het hart gaat, om vervolgens in het vleesschap te gaan voor de goedkoopste aanbiedingen. Daar kan een veehouder dus niets mee. Het lijkt me goed om een wet in te voeren, waarin wordt vastgelegd dat elke burger zo gauw die met z’n smartphone in het buitengebied komt, automatisch geld gaat betalen voor het onderhoud daarvan. Beste burgers van Nederland, doet u mee om de koe in de wei te (be)houden?

Ook te lezen op The Milk Story

 


Gedragsverandering droogzetten

In de afgelopen jaren zijn er in de veehouderij regels ingevoerd die er op gericht zijn om het antibioticagebruik in de veehouderij te verminderen. De derde generatie en vierde generatie geneesmiddelen mogen alleen nog in uiterste gevallen worden gebruikt. Hierbij speelt het advies van de dierenarts een grote rol. De term dierdagdosering is sindsdien ook een bekend begrip geworden. Met dit beleid probeert de overheid het preventieve handelen te stimuleren en het curatieve terug te dringen. Voor de melkveehouderij betekent dit onder andere dat middelen als Excenel en Cobactan niet meer vrij zijn toegestaan. Toch tellen deze middelen op een gezond melkveebedrijf echter nauwelijks mee. De middelen welke het meest gebruikt worden zijn de droogzetters. Met andere woorden, de Nederlandse melkveehouderij kan een grote slag maken met het terugdringen van het antibioticagebruik als het geen droogzetters meer zou gebruiken.

Echter in de melkveehouderij wordt dit gezien als een soort van verzekeringspremie. Doordat ik mijn koeien bescherm met antibiotica in de droogstand vergroot ik de kans op een gezonde koe in een volgende lactatie. Op zich is dit een zeer legitieme reden, echter in het kader van resistentie die de mens kan oplopen van dit soort gebruik van geneesmiddelen, is het goed om dit eens tegen een ander daglicht te houden. In de praktijk lopen er nu twee proeven (bij de GD en het praktijknetwerk Why Dry) waarbij melkveehouders aan de slag gaan met de vraag kan ik mijn koeien zonder droogzetters de droogstand in laten gaan, of is het zelfs mogelijk om de koeien door te melken zonder dat dit ten kostte gaat van het resultaat. De resultaten zijn nog niet officieel bekend maar er klinken al wel positieve geluiden door.

Wat in deze netwerken onder andere centraal staat is veranderen in denken van de veehouders. Het moet goed duidelijk zijn wat er in het management van de melkveehouderij moet veranderen om het op ieder bedrijf goed te kunnen toepassen. Toch hoeven we op deze uitkomsten niet te wachten. Elke veehouder kan nu al op z’n eigen bedrijf beginnen met het in kaart brengen van de randvoorwaarden. Het is voor elke veehouder namelijk een gemiste kans, als hij het niet in kaart brengt. Hij wil er dan namelijk niet over nadenken en blijft liever bij het bekende.

Ook te lezen op melkvee.nl

 


 

Weidegang in ieders belang

Een aantal weken geleden heeft het CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek) de nieuwste cijfers bekend gemaakt voor Nederland. Een van de cijfers die bekend werd, was het percentage weidegang. Ten opzichte van 2010 was deze, zoals ook de jaren ervoor al het geval was, wederom gedaald. Voor een aantal mensen was dit reden om het Convenant Weidegang weer onder de aandacht te brengen. In dit Convenant staat dat alle ondertekenaars (zuivelketen, belangenorganisaties, natuurclubs, dierenbeschermers, etc.) zich vanuit hun eigen gebied zoveel mogelijk gaan inzetten om zoveel mogelijk koeien in de wei te houden. Goede zaak, als je het imago van de melkveehouderij op het peil wil houden waar het zich nu bevind.
Alleen wat kan een boer daar nu mee? Hij heeft te maken met steeds strengere milieuregels, kosten die (nog) niet doorberekend kunnen worden, schaarser wordende grond door stadsuitbreiding, industrieterrein, nieuwe natuur en ga zo maar door. Als hij daadwerkelijk voor zijn eigen efficiëntie gaat en het maatschappelijk belang even laat voor wat het is (draagt namelijk niet bij aan zijn boterham), kan ik het me voorstellen dat er steeds meer koeien de wei vanuit de stal gaan zien. Daar komt bij dat diezelfde veehouder op die manier zijn mest efficiënter kan gebruiken, waardoor hij voor zijn koeien perfect ruwvoer kan winnen. Heel wat anders dan met al die koeien in de wei. Al die mestvlaaien zorgen voor een plaatselijke overbemesting, om maar niet te spreken over de gele plekken in de wei door een plaatselijke waterval aan urine. Pure milieuvervuiling! Als je de koeien daarnaast nog een stal kunt bieden waar het ze aan niets ontbreekt, dan is weidegang ineens wel heel ver weg.
Begrijp me goed, ik ben een voorstander van weiden. Maar als we als samenleving de koe in de wei willen zien, dan moet daar ook wat tegenover staan. Als het namelijk alleen bij praten blijft, dan kan een boer daar niets mee. Kijk naar de vleesconsumptie. Als consument met droge ogen beweren dat dierenwelzijn je aan het hart gaat, om vervolgens in het vleesschap te gaan voor de goedkoopste aanbiedingen. Daar kan een veehouder dus niets mee. Het lijkt me goed om een wet in te voeren, waarin wordt vastgelegd dat elke burger zo gauw die met z’n smartphone in het buitengebied komt, automatisch geld gaat betalen voor het onderhoud daarvan. Beste burgers van Nederland, doet u mee om de koe in de wei te (be)houden?

Normal 0 21 false false false NL X-NONE X-NONE

 

 

 

 

 

 

 

Direct contact

Telefoon:
+31 (0)6-13807901

Email:
info@huininkadvies.nl


twitter facebook linkedin


Nieuwsbrief